logo
logo
Aanmelden
Onze experten volgen de economie en de financiële markten op de voet.
De programmawet is gestemd: focus op twee fiscale maatregelen

De programmawet is gestemd: focus op twee fiscale maatregelen

Annelies Van Gronsveld - Head of Estate Planning Flanders

De programmawet, die al enkele maanden in voorbereiding was, werd uiteindelijk gestemd op 30 mei en is twee dagen later gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De belangrijkste maatregelen die eerder werden toegelicht in ons artikel van 27 november 2025 (Regeringspartijen bereiken begrotingsakkoord: focus op twee fiscale maatregelen), zijn nu aangenomen.

1. Verdubbeling van het tarief van de jaarlijkse taks op effectenrekeningen (JTER)

Het tarief van de JTER wordt verdubbeld naar 0,30% (voorheen 0,15%). Dit tarief is “van toepassing op referentieperiodes die eindigen vanaf de dag van publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad”, met name 1 juni 2026.
Om deze inwerkingtreding beter te begrijpen, geven we nadere toelichting bij de berekeningswijze van de JTER.
De belastbare basis van deze taks stemt overeen met de gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten die gedurende de referentieperiode worden aangehouden. De berekening gebeurt in twee stappen:
1.
de waarde van de belastbare financiële instrumenten wordt opgeteld op elk referentiepunt waarop de rekening geopend was;
2.
dit totaal wordt gedeeld door het aantal gehanteerde referentiepunten.
Een gewone referentieperiode is een periode van 12 opeenvolgende maanden die begint op 1 oktober (jaar x) en eindigt op 30 september van het volgende jaar (jaar x+1).
De referentieperiode wordt ingekort als een effectenrekening wordt geopend na 1 oktober (de periode begint op de openingsdatum), of als ze wordt afgesloten vóór 30 september (de periode eindigt op de sluitingsdatum).
Een referentiepunt is de datum waarop de waarde van de belastbare financiële instrumenten op de effectenrekening wordt bepaald voor de berekening van de belastbare basis.
In de regel omvat de referentieperiode vier referentiepunten, vastgesteld op de laatste dag van elk kwartaal: 31 december (jaar x), 31 maart (jaar x+1), 30 juni (jaar x+1) en 30 september (jaar x+1). Als een effectenrekening wordt geopend of gesloten tijdens de referentieperiode, worden alleen de referentiepunten waarop de rekening daadwerkelijk geopend was, meegenomen voor de berekening van de belastbare basis. De opening of sluiting van een effectenrekening genereert geen extra referentiepunt.
We illustreren de inwerkingtreding van het nieuwe tarief met drie voorbeelden.

Voorbeeld 1

Een cliënt heeft een effectenrekening met de volgende waarden op de referentiepunten:
  • 31 december 2025: 1,4 miljoen euro
  • 31 maart 2026: 1,7 miljoen euro
  • 30 juni 2026: 1,6 miljoen euro
  • 30 september 2026: 1,8 miljoen euro
De gemiddelde waarde is (1,4 + 1,7 + 1,6 + 1,8) / 4 = 1,625 miljoen euro.
Omdat de gemiddelde waarde meer dan 1 miljoen euro bedraagt over een referentieperiode die eindigt na 1 juni 2026, wordt het tarief van 0,30% toegepast. In dit voorbeeld is een taks van 4.875 euro verschuldigd.

Voorbeeld 2

Als dezelfde effectenrekening werd gesloten op 25 mei 2026, zijn er slechts 2 referentiepunten:
  • 31 december 2025: 1,4 miljoen euro
  • 31 maart 2026: 1,7 miljoen euro
De gemiddelde waarde is dan (1,4 + 1,7) / 2 = 1,550 miljoen euro. In dit geval overschrijdt de gemiddelde waarde nog steeds 1 miljoen euro, maar over een referentieperiode die eindigt vóór 1 juni 2026.
Het toepasselijke tarief is dan 0,15%. De verschuldigde taks bedraagt 2.325 euro en is verschuldigd op 26 mei 2026 (de dag na het afsluiten van de effectenrekening).

Voorbeeld 3

Als dezelfde effectenrekening afgesloten wordt op 20 juni 2026, zijn de referentiepunten en de gemiddelde waarde dezelfde als in voorbeeld 2.
De gemiddelde waarde van 1,550 miljoen euro is hoger dan 1 miljoen euro maar gedurende een referentieperiode die eindigt na 1 juni 2026.
Het toepasselijke tarief bedraagt in deze hypothese 0,30%. De verschuldigde belasting bedraagt dan 4.650 euro en is verschuldigd op 21 juni 2026 (de dag na het afsluiten van de effectenrekening).
Voor meer informatie verwijzen wij u graag naar de artikelen die we eerder publiceerden over dit onderwerp (Fiscale maatregelen: eerste wetsvoorstel ingediend bij de Kamer en Regeringspartijen bereiken begrotingsakkoord: focus op twee fiscale maatregelen).

2. VVPR bis en liquidatiereserve

Een deel van de bepalingen van de programmawet van 30 mei richt zich specifiek op de regimes van de liquidatiereserve en VVPR bis.
Deze twee regimes worden geharmoniseerd op het vlak van de termijnen en de toepasselijke tarieven:
  • De wachttijd is voortaan drie jaar (voorheen vijf jaar in het kader van de liquidatiereserve);
  • Het effectieve belastingtarief, dat in juli 2025 werd geharmoniseerd op 15%, wordt nu verhoogd naar 18%.
De beide regimes zijn echter niet volledig geharmoniseerd, zoals blijkt uit de onderstaande tabellen. De nieuwe toepasselijke tarieven variëren afhankelijk van de datum van het aanleggen van de reserves en de termijnen binnen dewelke de uitkeringen plaatsvinden.
EP programmawet tabel 1
* Het globale belastingtarief wordt berekend op het bedrag waarmee de reserve werd aangelegd.
EP programmawet tabel 2
Het tarief van 15% blijft van toepassing voor elk dividend dat wordt toegekend of betaald voor 1 juli 2026. U heeft dus nog enkele dagen om samen met uw accountant na te gaan of u nog een dividend kan toekennen of uitkeren voor het einde van deze maand.

Voor een meer gedetailleerde analyse wordt verwezen naar het artikel Regeringspartijen bereiken begrotingsakkoord: focus op twee fiscale maatregelen.

Wij houden u verder op de hoogte van toekomstige hervormingen.
Dit is commerciële informatie uitgaande van Bank Degroof Petercam nv, met zetel te Nijverheidsstraat 44, 1040 Brussel, België (hierna “Bank Degroof Petercam”), die verantwoordelijk is voor de productie en de verdeling ervan. De informatie in dit document is uitsluitend bedoeld voor algemene informatiedoeleinden en mag niet worden beschouwd als raad over financiële planning in de zin van de Wet van 25 april 2014, noch als enig ander advies, voorstel of persoonlijke informatie, noch als openbaar aanbod van financiële instrumenten. De algemene informatie in dit document is niet afgestemd op de individuele persoonlijke situatie van de geadresseerde/lezer/ontvanger. Dit document is niet bedoeld om een volledige beschrijving te geven van de geldende wettelijke bepalingen, de rechtsleer of de rechtspraak, noch van de financiële dienst(en) die Bank Degroof Petercam aanbiedt. Hoewel alle voorzorgen werden genomen en Bank Degroof Petercam bij de redactie van huidig document beroep heeft gedaan op bronnen welke ze betrouwbaar acht, kan Bank Degroof Petercam de juistheid of volledigheid van de informatie in dit document niet garanderen en kunnen noch Bank Degroof Petercam, noch haar verbonden vennootschappen, bestuurders, adviseurs of werknemers verantwoordelijk worden gesteld voor enige onjuiste, onvolledige of ontbrekende informatie, of voor enige rechtstreekse of onrechtstreekse schade, verlies, kosten, vordering of andere uitgave die voortvloeit uit het gebruik van dit document, behalve in het geval van opzettelijke fout of grove nalatigheid.
Huidig document mag niet worden gekopieerd of verspreid zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming vanwege Bank Degroof Petercam.
De verstrekte informatie is correct op de datum van publicatie.
Bank Degroof Petercam is erkend door en staat onder prudentieel toezicht van de Nationale Bank van België, Berlaimontlaan 14, 1000 Brussel, en onder het toezicht van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA), Congresstraat 12-14, 1000 Brussel, voor de bescherming van beleggers en consumenten.

Verantwoordelijke uitgever: Bank Degroof Petercam
Wettelijk adres: Bank Degroof Petercam nv, Nijverheidsstraat 44, 1040 Brussel.
BTW: BE 0403.212.172 (RPR Brussel) - FSMA 040460 A