Monthly House View
30.06.20269 min
Weerbaarheid, risico's en renteverhogingen
Ondanks de onzekerheid rond de olieprijs zijn de markten sinds maart gestaag gestegen, gesteund door de hoop op een vredesakkoord tussen Trump en Iran en de heropening van de Straat van Hormuz. Sterke bedrijfsresultaten en afnemende inflatie na de energieschok ondersteunen een positieve kijk op aandelen en stimuleren beleggers om hun positie te behouden, ondanks tijdelijke marktvolatiliteit. Tegelijk versterkt het kordate inflatiestandpunt van de nieuwe Fed-voorzitter het vertrouwen in het beleid te midden van aanhoudende inflatieschokken.
Macro-economisch scenario
Verenigde Staten: tegen de zwaartekracht in – groei houdt stand onder pittige inflatie
De Amerikaanse economie blijft robuust; onze prognose voor de bbp-groei blijft ongewijzigd op 2,1% voor 2026 en 2,0% voor 2027, cijfers waarbij ook de marktconsensus zich sinds kort aansluit. Recente gegevens over het eerste en tweede kwartaal bevestigen dat de Amerikaanse economie onder stoom blijft. De consumptie wordt gestimuleerd door belastingteruggaven en uit voorzorg voor mogelijke verstoringen in de toeleveringsketens leggen bedrijven grotere voorraden aan. De verwachting is dat die steun zal wegebben en de stijgende energieprijzen de consumptiegroei ten opzichte van het vorige kwartaal zullen afremmen tot 1,5% à 2%.
De inflatie blijft een belangrijk aandachtspunt. De inflatieprognose is opgetrokken naar 3,6% voor 2026 (+20 bps) en 2,4% voor 2027 (+10 bps). Aanleiding daarvoor zijn de recent hogere cijfers dan verwacht, met name onder invloed van software- en AI-gerelateerde diensten. Tot de factoren die de inflatie op korte termijn beïnvloeden behoren invoerheffingen, investeringen in artificiële intelligentie (AI) en hogere grondstoffenprijzen, vooral omdat het naar verwachting nog enige tijd zal duren voordat de verstoringen in de toeleveringsketens in het Midden-Oosten zijn weggewerkt.
Ondanks die druk blijft de verwachting dat de inflatie in de VS tegen 2027 zal convergeren naar de 2%-doelstelling van de Federal Reserve (Fed). De huizenprijzen blijven dalen, de loonindicatoren versnellen niet meer en de inflatieverwachtingen op lange termijn liggen medio juni stabiel rond de 2,3%. De arbeidsmarkt is verbeterd, maar zal naar verwachting normaliseren; consumentenpeilingen wijzen op een kleine kans dat de werkloosheid, die vandaag 4,1% bedraagt, zal toenemen.
De financiële markten schatten de kans op een renteverhoging in 2026 steeds hoger in. Wij blijven echter bij ons standpunt dat de Fed naarmate de inflatie terugkeert naar een normaal peil de rente in 2027 met 25 bps zal verlagen – later dan onze eerdere verwachting in de tweede helft van 2026 – en de beleidsrente richting het neutralere niveau van 3,5% opschuift.
Eurozone: de ECB op het slappe koord
De economie van de eurozone kromp in het eerste kwartaal van 2026 met 0,2% ten opzichte van het voorgaande kwartaal, voornamelijk als gevolg van een terugval van het bbp in Ierland met 12,1% en een kleinere daling in Frankrijk (-0,1%), dat de hekkensluiter van de regio is geworden. Daardoor hebben we onze prognose voor de gemiddelde groei in 2026 verlaagd van 0,8% naar 0,4%.
De schommelingen in het bbp van Ierland, een gevolg van de voorraadopbouw door farmaceutische multinationals in afwachting van de Amerikaanse invoerheffingen, hadden een historisch grote impact. Desondanks toonde de regio als geheel enige veerkracht: de consumentenbestedingen stegen kwartaal op kwartaal met 0,2% en de overheidsconsumptie met 0,5%, terwijl de detailhandelsverkopen in de eurozone in april jaar op jaar met 1% toenamen.
De export is in mei jaar op jaar met 5% gestegen na de sterke terugval van de drie maanden voordien. Verwacht wordt dat de bedrijfsinvesteringen in de privésector beter op peil zullen blijven dan in het verleden, met name op het gebied van defensie, AI en elektrificatie.
De energieprijzen dalen, terwijl de aardgasvoorraden in de EU op koers liggen om tegen het einde van de zomer voor 80% gevuld te zijn – voldoende om de bevoorrading in de winter te waarborgen. De producentenprijzen stegen in mei met 4,9% jaar op jaar, terwijl de consumentenprijzen met 3,2% stegen; de piek wordt verwacht in het vierde kwartaal van 2026.
Er blijft een risico bestaan dat de inflatie doorsijpelt van de energieprijzen naar de voedselprijzen, zeker gezien de mogelijke gevolgen van het weersverschijnsel 'Super El Niño'. Tegen die achtergrond heeft de Europese Centrale Bank (ECB) in juni, zoals verwacht, de rente met 25 bps verhoogd en zal zij dit waarschijnlijk in juli opnieuw doen, tenzij de olieprijzen aanzienlijk lager uitvallen dan verwacht.
Azië: de Japanse nationale bank doorbreekt de stilte
In Azië is de inflatie in mei verder gestegen, in verschillende economieën tot boven het streefdoel. Zuid-Korea en Nieuw-Zeeland hielden de rente ongewijzigd, maar sloegen een restrictieve toon aan, terwijl Indonesië de rente met 100 bps verhoogde om de roepia te ondersteunen.
In China is de groei in de industrie en de detailhandel in april afgenomen, maar doordat de export naar andere markten werd verlegd is het handelsmomentum op peil gebleven (de Chinese export steeg in mei jaar op jaar met 19%). De peilingen geven aan dat de bedrijvigheid stabiel blijft in de verwerkende industrie (met een inkoopmanagersindex (PMI) van 51,8 in mei) en versnelt in de private dienstensector (van 52.6 naar 54,4). De Chinese producentenprijzen stijgen echter (+3,9% jaar op jaar), terwijl die slechts beperkt worden doorberekend in de consumentenprijzen (de inflatie bleef in mei stabiel op 1,2%).
Tot slot heeft de Japanse nationale bank haar beleidsrente met 25 bps verhoogd tot 1% – het hoogste niveau sinds 1995 – omdat de inflatie jaar op jaar is opgelopen tot 2,7% en de yen sinds begin dit jaar met bijna 10% is gedaald. Die ingreep zal waarschijnlijk leiden tot verdere monetaire verkrapping in de regio en ondersteunt onze vooruitzichten voor Japan in 2026, die onder de consensus liggen. Niettemin is de verwachting dat de regio sterk zal profiteren van de heropening van de Straat van Hormuz en zal blijven genieten van de voortdurende uitbreiding en diversificatie van toeleveringsketens onder impuls van de AI-boom.
Onze overtuigingen inzake activa-allocatie
Met het tussentijdse vredesakkoord tussen president Trump en Iran in het vooruitzicht zetten de markten hun opwaartse beweging sinds eind maart voort. De geplande heropening van de Straat van Hormuz verlicht wellicht de druk op de olieprijzen en de inflatie, wat goed nieuws is voor de wereldeconomie. De combinatie van een optimistisch macro-economisch scenario met ijzersterke bedrijfsresultaten rechtvaardigt onze positieve kijk op aandelen. Wat de rente betreft, maakte de nieuwe voorzitter van de Fed tijdens zijn eerste persconferentie duidelijk dat de centrale bank geen inflatie zal tolereren. Die restrictievere boodschap dan verwacht zal waarschijnlijk een deel van de bezorgdheid over de onafhankelijkheid en geloofwaardigheid van de Fed wegnemen.
Aandelen
Voor aandelen liepen de opkomende markten en de Verenigde Staten voorop, grotendeels dankzij het aanhoudende enthousiasme over artificiële intelligentie (AI) en halfgeleiders, waarbij het rendement zich steeds sterker concentreert in een handvol megacaps. Ook Japan presteerde goed, terwijl Europa achterbleef. De sterke rendementen in de technologiesector – met name op het gebied van halfgeleiders – worden ondersteund door een krachtige vraag in combinatie met tekorten aan aanbodzijde, wat leidt tot aanzienlijke prijsstijgingen.
De koersontwikkeling is dus, op enkele gevallen van overdreven uitbundigheid na, gerechtvaardigd door sterke fundamentele factoren. Het is moeilijk te zeggen hoelang deze concentratie precies kan voortduren, maar op een gegeven moment zou een verbreding van het rendement een goede zaak zijn. De heropening van de Straat van Hormuz kan, als ze wordt bevestigd, enige rotatie op gang brengen.
In de Verenigde Staten blijven particuliere beleggers een belangrijke drijvende kracht achter de markten, zoals blijkt uit de recente beursgang van SpaceX, die ondanks de extreem hoge waarderingen op veel belangstelling van beleggers kon rekenen. De markten kenden begin juni een paar weken van volatiliteit als gevolg van de onzekerheid rond het conflict met Iran en het beleid van de Fed. Toen de geopolitieke spanningen afnamen, herstelden de markten zich, maar deze episode was een goede herinnering aan het belang van diversificatie.
In de opkomende markten is de marktconcentratie nog sterker en zijn slechts drie aandelen goed voor 30% van de index. De verschillen in prestaties tussen landen zijn opvallend: Zuid-Korea doet het uitstekend, vooral dankzij aandelen in de geheugenchipsector, terwijl China en India vandaag lager noteren dan begin dit jaar.
Europa is sinds het begin van het conflict achtergebleven, dus de heropening zou een positieve ontwikkeling moeten zijn voor de regio, die nog steeds gevoeliger is voor de energieprijzen. De groeivooruitzichten blijven echter matig en de recente renteverhoging door de ECB zal daar geen verbetering in brengen.
Over het geheel genomen blijven de Verenigde Staten en de opkomende markten onze favoriete regio's voor aandelen. De waarderingen liggen in de VS hoger, maar de winstgroei is er – dankzij AI – heel sterk en overstijgt zelfs het marktrendement, wat betekent dat de waarderingen sinds het begin van het jaar zijn verbeterd. De opkomende markten bieden een aantrekkelijke combinatie van waarderingen en sterke winstgroei. Aangezien de index echter in toenemende mate wordt gedomineerd door Taiwanese en Zuid-Koreaanse aandelen, zet ook wie in de opkomende markten belegt vandaag sterk in op AI. Daarom blijft Europa interessant als portefeuillediversificatie, aangezien het duidelijk minder sterk is blootgesteld aan dat thema.
De geopolitieke ontwikkelingen bleken opnieuw slechts een beperkte en kortstondige invloed op de markten te hebben. Een gedisciplineerde aanpak hanteren en belegd blijven was de juiste beslissing en blijft vruchten afwerpen. Hoewel er periodes van volatiliteit opduiken, is het belangrijk om koers te houden.
Rente- en kredietmarkten
De rentetarieven stonden de afgelopen maanden onder druk doordat de hogere energieprijzen de inflatie opdrijven. De obligatiemarkten vertoonden in die omstandigheden sterke schommelingen en hebben de afgelopen tijd niet veel bijgedragen aan het rendement. Gezien de aanhoudende begrotingsperikelen en de door energieprijzen aangedreven inflatie blijven we voorzichtig ten aanzien van staatsobligaties en houden we de rentegevoeligheid laag. Ons basisscenario is evenwel dat de inflatie waarschijnlijk bijna haar hoogtepunt heeft bereikt; als onze prognoses kloppen, zullen de rentetarieven dan ook niet veel verder stijgen als de heropening van de Straat wordt bevestigd. We hebben onlangs geprofiteerd van de hogere rentetarieven om voor onze portefeuilles aantrekkelijke rendementen veilig te stellen, terwijl we per saldo onderwogen blijven in duration.
Bedrijfsobligaties van beleggingskwaliteit blijven in dit klimaat het obligatiesegment waar onze voorkeur naar uitgaat, aangezien ze een aantrekkelijk couponrendement bieden terwijl de fundamentele factoren van ondernemingen relatief solide zijn. Met een selectieve aanpak zijn ook hoogrentende uitgiften interessant. Ten slotte blijven we sterk overtuigd van obligaties uit de opkomende markten in lokale valuta's, aangezien de heel hoge rente de wisselkoersschommelingen compenseert.
Valuta's
De Amerikaanse dollar is de afgelopen maanden in waarde gestegen en heeft daarmee zijn status als veilige haven behouden, maar vertoont opnieuw tekenen van zwakte nu de risicobereidheid terugkeert. De vooruitzichten op middellange termijn wijzen nog steeds op een geleidelijke daling, met een streefkoers voor de EUR/USD van 1,23 tegen 2026. Naarmate de aandelenmarkten stabiliseren en de energieprijzen dalen, zal de dollar waarschijnlijk opnieuw onder neerwaartse druk komen te staan doordat centrale banken wereldwijd en beleggers willen diversifiëren. Goud blijft steun krijgen van structurele factoren – diversificatie door centrale banken, geopolitieke risico's en de hoge schuldenlast in de ontwikkelde landen – ondanks incidentele winstnemingen door sommige centrale banken van opkomende landen.





